Problematiek

Problematiek

Tegen deze 7 uitdagingen lopen hoogbegaafden veelal aan:

1. Overtuigd van vaststaande intelligentie

Mensen die geloven dat hun intelligentie vaststaat, gaan meestal uitdagingen uit de weg. Hoogbegaafden hebben vaak te horen gekregen dat ze erg slim zijn, als positieve bemoediging bedoeld. Dit leidt er echter toe dat je bijvoorbeeld denkt dat je óf heel slim bent, óf heel dom. Je ziet dan in iets wat moeilijk is geen uitdaging, maar een frustratie. Met als gevolg dat je je niet wilt inzetten voor iets wat je moeilijk vindt.

2. Gebrek aan motivatie

Er zijn vele redenen waardoor een hoogbegaafd kind weinig tot geen motivatie meer heeft tot leren voor school, of waardoor een volwassene geen motivatie meer heeft voor zijn of haar baan. Deze kunnen bijvoorbeeld een gebrek aan uitdaging zijn, een lage frustratietolerantie of een gebrek van gevoel van erbij horen. Meestal worden succeservaringen opgebouwd door een opbouw in moeilijkheidsgraad. Als je in deze opbouw geen uitdagingen ervaart, kun je gedemotiveerd raken om het eindpunt te bereiken.

3. Begrip versus geheugen

Hoogbegaafden leren al van jongs af aan dat iets begrijpen voor hen beter werkt dan iets uit het hoofd te leren. Hiervoor moeten ze namelijk moeite doen. Denk eens aan de tafels die je op school moest leren. Veel hoogbegaafden konden deze snel uitrekenen, zó snel, dat de leerkracht niet doorhad dat je de tafels niet uit het hoofd kende. Als je echter meer uit je hoofd moet leren, zoals 300 woordjes voor Frans, dan blijkt dat het toch wel handig is als je wél had geleerd hoe je iets uit je hoofd kunt leren.

4. Samenwerken

Op school word je vaak gedwongen samen te werken, maar hoogbegaafden werken liever alleen. Ze hebben graag de touwtjes in handen, omdat ze van mening zijn dat zíj weten hoe het moet. Soms is deze overtuiging al ingesleten in de eerste groepen op basisschool, waar sterkere kinderen veelal gekoppeld worden aan zwakkere. Daarnaast missen veel hoogbegaafden de sociaal-emotionele vaardigheid om zich in te leven in anderen, wat een samenwerking ook bemoeilijkt.

5. Onder- en overschatten

De ene opdracht is te makkelijk, de andere te moeilijk. Het niveau van de perfecte uitdaging wordt eigenlijk nooit bereikt. Hoogbegaafden hebben een veel smallere reikwijdte in hun frustratietolerantie, waardoor ze sneller aangeven dat iets te makkelijk of te moeilijk is. Het breder maken van deze reikwijdte is te trainen om zo de frustratietolerantie te kunnen opbouwen.

6. Zelfstandig werken

Veel hoogbegaafden hebben moeite met het beginnen aan en/of afronden van een taak, een paar van de executieve functies (zie hieronder voor een overzicht). Ook zijn ze gewend dat taken voor hen gedaan worden als ze die lastig vinden, onder andere doordat ze zo goed kunnen beargumenteren waarom zij dat niet kunnen of niet hoeven te doen. Of ze zijn het niet gewend niet direct geholpen te worden als ze hierom vragen. Allemaal redenen waardoor zelfstandig een taak volbrengen moeilijk is.

7. Oplopen hiaten

Onder andere door het overslaan van klassen kunnen kinderen hiaten in hun kennis oplopen. Stof die in groep 6 behandeld wordt, krijgt een kind dat van groep 5 naar groep 7 gaat, dus niet. De basis van leerstof moet echter wel aangeboden worden om geen hiaten op te lopen die in de loop der tijd alleen maar groter kunnen worden doordat het kind dat stukje stof nooit begrepen heeft. Hiaten kunnen bijvoorbeeld ook ontstaan door een toetsmethode die niet feilloos is doordat een vaardigheid die het kind moeilijk vindt, nauwelijks getoetst wordt. Zo wordt niet gezien dat dit hiaat er is.

Naast deze 7 problemen/uitdagingen lopen veel (hoog)begaafde leerlingen onder andere aan tegen slecht ontwikkelde executieve vaardigheden. Dit zijn vaardigheden die we nodig hebben om een taak te kunnen uitvoeren.

Deze kunnen door allerlei factoren slecht ontwikkeld zijn, bijvoorbeeld door een gebrek aan cognitieve uitdaging hebben ze nog geen frustraties gekend op de basisschool, waardoor ze bij een uitdaging in het voortgezet onderwijs gefrustreerd raken en ze weten niet hoe ze hiermee kunnen omgaan. Dit hebben ze nog nooit geleerd. Of ze hebben nog niet de noodzaak gevoeld om op tijd met een opdracht te beginnen, doordat ze het werk altijd erg snel af hadden. Hierdoor hebben ze problemen met hun taakinitiatie.

De 11 executieve functies die worden onderscheiden zijn:

  • Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet
  • Werkgeheugen
  • Emotieregulatie
  • Volgehouden aandacht
  • Taakinitiatie
  • Planning/prioritering
  • Organisatie
  • Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen
  • Doelgericht gedrag
  • Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag
  • Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren

Tijdens de begeleiding zal ik bekijken waar jij tegenaan loopt en je handreikingen geven hoe je deze problemen het hoofd kunt bieden.